Onderwijsinstellingen in Nederland signaleren een aanhoudend probleem met de opkomst bij colleges. Uit een inventarisatie onder zeven opleidingen van de Hogeschool Amsterdam blijkt dat vóór de coronacrisis veel vakken gemiddeld maar door 50 procent van de studenten werden bezocht. De observatie is niet beperkt tot één instelling; vergelijkbare situaties worden elders in het hoger onderwijs gemeld.
Rotterdamse pabo introduceert 100% aanwezigheid
Op een pabo in Rotterdam trad onlangs een wijziging in werking: daar is de aanwezigheidsplicht aangescherpt naar 100 procent. De maatregel volgt op incidenten waarbij volledige groepen – in één geval een klas van 25 studenten – niet op kwamen dagen. De school combineert de verplichting met een nieuwe indeling van de studieweek: twee dagen college, twee dagen stage en één dag voor zelfstudie.
"100% aanwezigheidsplicht"
De invoering van een strikte plicht wordt door voorstanders als noodzakelijk beschouwd om de kwaliteit van het onderwijs en de beroepsvoorbereiding te waarborgen. Argumenten die veel genoemd worden: leren is een sociaal proces, sommige vaardigheden zijn alleen effectief te oefenen in interactie met medestudenten en docenten, en hogere aanwezigheidspercentages correleren met betere resultaten.
Waarom colleges niet vanzelf vullen
De discussie gaat niet alleen over discipline, maar ook over omstandigheden. Studenten combineren studie met betaalde arbeid; voor velen is dat financieel noodzakelijk. Zoals in de beschrijving van de Rotterdamse maatregel wordt benadrukt, kan een flexibele roosterindeling studenten in staat stellen zowel aanwezig te zijn als te werken. Daarnaast speelt technologie een rol: met behulp van AI-chatbots kunnen studenten soms opdrachten afronden zonder fysiek contact met docenten, wat het nut van aanwezigheid ondermijnt.
- Financiële motieven: veel studenten zijn afhankelijk van bijbanen die kunnen botsen met collegeuren.
- Onderwijskundige redenen: sommige competenties zijn gebaat bij directe oefening en feedback.
- Technologische substitutie: hulpmiddelen zoals AI kunnen het gemakkelijk maken opdrachten af te ronden zonder klassikaal contact.
Praktische gevolgen en beleidskeuzes
De Rotterdamse pabo koppelt de aanwezigheidsplicht aan een organisatorische oplossing: door vaste dagen voor college en stage in te plannen en een dag voor zelfstudie vrij te houden, ontstaat volgens de school ruimte voor bijbanen. Die aanpak beoogt deelnemers niet te straffen maar omstandigheden te scheppen waarin studenten kunnen voldoen aan de aanwezigheidseis zonder onaanvaardbare financiële druk.
| Kenmerk | Rotterdamse regeling |
|---|---|
| Aanwezigheidsregel | 100% |
| Wekelijkse indeling | 2 dagen college / 2 dagen stage / 1 dag zelfstudie |
| Gemelde klasuitval | In één geval: 25 studenten kwamen niet opdagen |
| Gemiddelde opkomst (voor corona) | 50% |
De maatregel roept tegelijk vragen op over handhaving, uitzonderingen en het effect op doorstroom en studiebelasting. Het is niet eenvoudig om landelijke verplichtingen op te leggen: opleidingen verschillen in aard, praktijkopdrachten en stagevereisten. Wat wel duidelijk is, is dat aanwezigheid meer omvat dan het fysieke tellen van studenten; het gaat om het scheppen van voorwaarden waaronder studeren haalbaar en zinvol is.
De opvallende uitkomst dat klassen met hogere aanwezigheid ook betere resultaten behalen, onderstreept voor veel onderwijsprofessionals de noodzaak tot actie. Of andere instellingen de Rotterdamse benadering overnemen zal mede afhangen van de vraag of soortgelijke roosterhervormingen elders uitvoerbaar en betaalbaar zijn voor studenten met een drukke levensstijl en financiële verplichtingen.
Als voorbeeld voor mogelijke vervolgstappen worden genoemd: het ontwerpen van roosters die werken en studie combineren, het bieden van compensatie of faciliteiten voor studenten met werkverplichtingen, en het expliciet inbouwen van interactief oefenen in curricula, met name bij opleidingen waar sociale vaardigheden essentieel zijn, zoals de pabo.
De komende periode zal duidelijk maken of de strengere Rotterdamse aanpak navolging krijgt en op welke schaal instellingen bereid zijn aan hun roosters te sleutelen om aanwezigheid en onderwijskwaliteit te bevorderen.