De gemeenteraad van Soest heeft dinsdag besloten vast te houden aan de huidige regeling waarbij statushouders structureel voorrang krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Een motie van Forum voor Democratie en de VVD om dat automatisme te schrappen vond onvoldoende steun; alleen Pro Soest (POS) steunde het voorstel.
Achtergrond en argumenten
Forum en VVD voerden aan dat Soest weliswaar wettelijk verplicht is om statushouders te huisvesten, maar niet verplicht is om hen voorrang te geven bij woningzoekenden. Volgens die partijen vergroot de regeling de druk op een toch al krappe lokale woningmarkt. De motie was bedoeld om die uitzonderingspositie te beëindigen en zo de concurrentie op de sociale huurmarkt te verminderen.
De meeste fracties in de raad deelden echter die conclusie niet. Partijen als CDA, ChristenUnie, D66, GGS, Partij voor de Dieren, Pro Soest, Soest2002 en Volt stemden tegen de motie. De voornaamste reden was praktisch van aard: statushouders kunnen zich doorgaans niet zelfstandig inschrijven en inschrijftijd opbouwen. In de praktijk is een urgentieregeling volgens die partijen dan ook noodzakelijk om daadwerkelijk te voldoen aan de huisvestingsplicht.
Staat van de lokale woningmarkt
De raad erkent wel dat de woningmarkt in Soest onder grote druk staat. Tegelijkertijd is men van mening dat het schrappen van de voorrangsregeling geen effectieve oplossing is voor die druk. Tijdens de discussie wees de politiek daarom op andere ingrepen die de woningvoorraad kunnen vergroten of het gebruik ervan kunnen versoepelen.
- De raad noemt expliciet het ruimer toestaan van kamerverhuur.
- Ook woningsplitsing (het opdelen van grotere woningen) wordt genoemd als mogelijke maatregel.
De gemeente gaf recent aan dat vorig jaar van de ruim 300 sociale huurwoningen die beschikbaar kwamen, circa 10% aan statushouders is toegewezen. Die verhouding illustreert enerzijds de bijdrage van statushouders aan de plaatsing in het sociale huursegment en anderzijds de beperkte schaal waarbinnen wijzigingen in toewijzingsbeleid effect kunnen hebben.
| Jaar | Beschikbare sociale huurwoningen | Aandeel naar statushouders |
|---|---|---|
| Vorig jaar | Ruim 300 | Circa 10% |
Lokale gevolgen en vervolgstappen
Door de beslissing verandert er op korte termijn niets aan de procedure voor woningtoewijzing aan statushouders. Voor Soest betekent dat dat de gemeente en woningcorporaties de bestaande urgentieregeling blijven toepassen om aan de huisvestingsverplichting te voldoen. Tegelijkertijd houdt de raad de discussie over alternatieve maatregelen open: het vrijgeven van meer kamers en het toestaan van splitsingen moeten het aanbod vergroten zonder de positie van kwetsbare woningzoekenden te verslechteren.
De discussie in de raad toont een fundamenteel dilemma: hoe combineer je de juridische en maatschappelijke verplichting om statushouders te huisvesten met de wens om de druk op een beperkte lokale woningvoorraad te verminderen? In Soest gaf een ruime meerderheid prioriteit aan uitvoerbaarheid en rechtszekerheid boven een beleidswijziging die volgens tegenstemmers tot onwenselijke praktijkproblemen zou leiden.
Voor bewoners en belanghebbenden is relevant dat veranderingen in het toewijzingsbeleid niet los staan van bredere woonbeleidkeuzes. Besluiten over kamerverhuur en woningsplitsing zullen in de komende periode meer aandacht krijgen als mogelijke instrumenten om het woningaanbod te vergroten en de druk op de sociale huursector te verlichten.