De rechtbank Overijssel heeft geoordeeld dat een grondeigenaar in de gemeente Raalte niet kan verhinderen dat de gemeente een omgevingsvergunning voor een klein zonnepark op zijn perceel intrekt. De vergunning was verstrekt in 2023 aan een projectontwikkelaar, niet aan de eigenaar van de grond. Na een vertrouwensbreuk trok de ontwikkelaar zijn plannen in; vervolgens heeft het college de vergunning op 16 juni van dit jaar ingetrokken.
Vergunning volgt de uitvoerder, niet de grond
De voorzieningenrechter verwierp het beroep van de grondeigenaar. Centraal in de uitspraak staat artikel 5.37 van de Omgevingswet: een omgevingsvergunning geldt voor degene die de activiteit verricht, en die persoon is de vergunninghouder, los van wie de grond bezit. De rechter stelde vast dat de grondeigenaar na het wegvallen van de ontwikkelaar het project niet had overgenomen; hij verkeerde in een onderzoeksfase met plannen voor een landgoed waarin het zonnepark een onderdeel zou zijn.
Omdat er geen overdracht of formele overname van de vergunning had plaatsgevonden, kon de grondeigenaar zich niet opwerpen als vergunninghouder. Het enkele feit dat hij eigenaar van de grond is, is volgens de rechter onvoldoende om de vergunning aan hem toe te rekenen.
Gemeente mocht intrekken wegens niet-gebruik
De gemeente baseerde haar besluit tot intrekking op artikel 5.40 van de Omgevingswet. Dat artikel geeft gemeenten de bevoegdheid een vergunning in te trekken wanneer gedurende een jaar geen werkzaamheden zijn verricht of wanneer de vergunninghouder zelf om intrekking vraagt. In deze zaak waren beide omstandigheden aanwezig: de ontwikkelaar had het project ingetrokken en er waren geen activiteiten verricht.
De rechter vond dat het gemeentelijke belang bij het tegengaan van ongebruikte vergunningen zwaarder woog dan de belangen van de grondeigenaar. Zijn rol als eigenaar en zijn toekomstplannen voor het perceel waren volgens het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de intrekking onredelijk te noemen.
Gevolgen voor subsidieaanvragen en lokale initiatiefnemers
De uitspraak heeft praktische consequenties voor eigenaren en initiatiefnemers die afhankelijk zijn van vergunningen voor projecten die financiële haalbaarheid ontlenen aan subsidieregelingen. In het dossier speelde de urgente wens van de grondeigenaar mee om vóór de opening van de SDE++-subsidieronde in aanmerking te komen: de SDE++-ronde voor 2026 gaat open op 27 oktober, en een geldige omgevingsvergunning is een voorwaarde voor een subsidieaanvraag.
Zonder een geldige vergunning achtte de grondeigenaar realisatie van een zonnepark vrijwel onmogelijk. De rechter constateerde echter dat dat risico geen reden is om de intrekking te verhinderen als de vergunning niet op de juiste juridische naam stond en niet werd uitgevoerd.
- Jaar van vergunningverlening: 2023
- Datum intrekking door gemeente: 16 juni (dit jaar)
- Belangrijke wetsartikelen: Omgevingswet art. 5.37 en 5.40
- Subsidieronde SDE++: opent 27 oktober 2026
Praktische samenvatting van het tijdpad
| Jaar/Datum | Gebeurtenis |
|---|---|
| 2023 | Omgevingsvergunning verleend aan projectontwikkelaar voor zonnepark (2 hectare) |
| Na 2023 | Vertrouwensbreuk tussen ontwikkelaar en grondeigenaar; ontwikkelaar trekt plannen in |
| 16 juni (dit jaar) | College van burgemeester en wethouders vraagt intrekking van de vergunning; gemeente trekt vergunning in |
| Heden | Rechtbank wijst beroep van grondeigenaar af |
De uitspraak benadrukt dat procedurele stappen bij overdracht van vergunningen essentieel zijn. Zonder formele overdracht kan een grondeigenaar niet automatisch in de positie van vergunninghouder treden, ook niet wanneer het project op zijn perceel ligt en hij concrete plannen heeft.
Regionale afwegingen en beleid
Voor gemeenten in Overijssel en daarbuiten is de uitspraak relevant bij de afweging tussen ruimte geven aan lokale initiatieven en het voorkomen van 'slapende' of ongebruikte vergunningen die vergunningcapaciteit en bestuurlijke ruimte bezetten. De rechter geeft gemeenten in dit soort gevallen speelruimte om het algemeen belang — hier het tegengaan van ongebruikte vergunningen — mee te laten wegen.
Voor grondbezitters die duurzame projecten willen realiseren betekent dit dat zij scherp moeten zijn op de juridische houder van vergunningen en tijdig moeten handelen bij vertrouwensbreuken of bij het wegvallen van een ontwikkelaar. Een goede juridische overdracht of nieuwe aanvraag lijkt onmisbaar om bij latere subsidie- of financieringsronden aanspraak te maken op steun.
De rechtbank deed geen aanvullend onderzoek en gaf direct uitspraak op het beroep. Het verzoek van de grondeigenaar om de intrekking tegen te houden is daarmee definitief afgewezen.